u vraagt zich wellicht af: waar zijn de radiostudenten mee bezig?
op 6 februari plannen wij een radioprogramma over de cultuurprijzen live vanuit de vooruit in gent. het programma wordt uitgezonden op xl air, dé brusselse studentenradio.
wat doen we? een hele rits genomineerden zijn uitgenodigd en komen langs voor
een gesprek, anderen leren we kennen door een reportage of we bellen hen op.
de categorie 'smaakcultuur' neemt een speciale plaats in. het programma is onderverdeeld
in vijf blokken, die gekenmerkt worden door de vijf provincie. bij elke provincie hoort een
streekgerecht dat aan onze gasten wordt geserveerd.
we willen er graag een - o wat leuk - crossmediaal project van maken. we hebben al een website. nu misschien nog wat video?
zaterdag 26 januari 2008
dinsdag 22 januari 2008
Eerste internetsoap in Vlaanderen
Piloot 2000antwerpen - MyVideo België
2000Antwerpen, dat is de naam van de nieuwe internetsoap, geproduceerd door Prosieben.Sat1, de mediagroep waar ook SBS België (VT4 & Vijftv) deel van uitmaakt. De soap verschijnt niet op TV, maar exclusief op de nieuwe website myvideo.be van de mediagroep.
Cast bestaat onder andere uit An Ceurvels, Maarten Bosmans en Johny Voners. Stijl is amateurcamera.
Beetje teleurstellende uitwerking op het eerste zicht.
Meer info:
http://www.standaard.be/Artikel/Detail.aspx?artikelId=F81MSI23
www.myvideo.be
www.2000antwerpen.be
Pilootaflevering:
http://www.myvideo.be/watch/3221894
zaterdag 19 januari 2008
Practicum Nieuwe Media: pitches
Practicum Nieuwe Media: pitches
ook onze noorderburen pitchen weleens. Deze keer over crossmedia. Live streamuitzending 22 januari
ook onze noorderburen pitchen weleens. Deze keer over crossmedia. Live streamuitzending 22 januari
zo hoor je het eens van een ander
Idola van de crossmedia
Harry van Vliet hield op donderdag 10 januari zijn inaugurale reden als lector Cross mediacontent aan de Faculteit Communicatie en Journalistiek, Hogeschool Utrecht. Aansluitend gaf hij zijn openbare les 'Idola van de Crossmedia'. De tekst van die les verschijnt eerdaags in een boekje. Onderstaand een verkorte versie van die openbare les.
De uitingen van de crossmedia dringen zich steeds nadrukkelijker aan ons op. Een toenemend aantal crossmedia diensten en producten doet een beroep op onze aandacht en financiën: van interactieve televisieprogramma’s op websites, tot themakanalen op mobiele apparaten, fysieke bijeenkomsten van online communities, en virtuele werelden waarin wordt gehandeld en waarin je echte schulden kunt maken. Oude en nieuwe media vinden elkaar in IPTV en podcasts. Traditionele spelers worden links en rechts ingehaald door creatieve pioniers en actieve consumenten die zich niets aantrekken van bestaande marktverdelingen en gevestigde namen. De ene baanbrekende dienst valt over de andere innovatie heen: nog maar net gewend aan het bloggen of iedereen slaat aan het twitteren.
Bij deze turbulentie hoort ook verwarring over de typering van wat zich onder onze ogen afspeelt. Het begrip crossmedia is daarop geen uitzondering. En eigenlijk onnodig: ik zal kort drie aspecten noemen die mijns inziens de aard van crossmedia bepalen.
Verleiding en genot
Een typerend aspect van crossmedia is dat content meerdere keren, over verschillende kanalen wordt aangeboden. Een voorbeeld is een reclame op televisie, die ook als banner verschijnt op een website, waarvan de audio op de radio wordt gebruikt, en een beeld uit de video voor de advertentie in een tijdschrift. In dit geval wordt dezelfde inhoud herbruikt. Een tweede situatie is die waarin juist de inhoud wordt uitgesmeerd over verschillende kanalen en naar elkaar verwijst: een berichtje in de krant met een verwijzing naar een uigebreide videorapportage op de website, of een radiospotje dat verwijst naar een telefoonnummer voor verder informatie. Een derde situatie is die waarin de content over de verschillende kanalen heen niet alleen naar elkaar verwijst maar ook appelleert aan een waarde die uitstijgt boven de individuele uitingen. Mobiele telefoons gaan niet over kunnen bellen maar over vrijheid en identiteit, Nespresso gaat niet over koffie maar over verleiding en genot. De manieren waarop de content zo samenhangt over verschillende kanalen heen, crossmediaal, zijn daarmee te typeren als iconisch (gelijkenis), indexicaal (verwijzend) en symbolisch. Onderzoek richt zich dan op de orkestratie en dramaturgie van die onderlinge relaties.
Het tweede aspect dat ik wil noemen is dat de verschillende kanalen zoals televisie, radio, print en internet hun eigen kenmerken en eigenaardigheden hebben. Een voorbeeld hiervan is de vergelijking tussen televisie en Internet. Televisie levert een prachtig beeld op, doet het nagenoeg altijd en is bijna overal aanwezig. Wat televisie niet doet is connectiviteit naar andere kijkers bieden, ik heb geen idee wie er nog meer zitten te kijken. TV biedt ook weinig interactiviteit, of we moeten zappen als een soort interactiviteit gaan zien. Bij Internet is het juist omgekeerd: tegenwoordig kan ik vaak zien wie er nog meer online zijn op de website die ik bezoek, ik kan mailen, twitteren etc; en Internet biedt veel meer interactiviteit door de vele keuzes die ik zelf maak en de feedback die ik geef, denk aan Wikipedia. Daarentegen kijken we niet vreemd op als de Internetconnectie eruit ligt en accepteren we slechte kwaliteit videos. Dit is wat kort door de bocht maar we kunnen zo wel begrijpen dat de nieuwe diensten die nu ontstaan bij televisie zich vooral richten op connectiviteit (community-TV) of op interactiviteit (interactieve TV. Het typische van crossmedia zit hier dus in de ‘oversteek’ van bepaalde qualita of het zoeken naar synergie tussen die qualita door meerdere kanalen te combineren rond dezelfde content.
Het derde aspect haakt aan bij een veel gehanteerde typering van crossmedia door deze bijna uitsluitend te typeren aan de hand van verschillende distributiekanalen. Door de huidige ontwikkelingen van onder andere digitalisering en convergentie is het noodzakelijk de andere stappen in de contentketen mee te nemen. Dit betekent dat naast de distributie er ook aandacht moet zijn voor de samenstelling van crossmediale content, de push en pull van crossmedia content naar verschillende apparaten, de consumptie van crossmediale content en de co-creatie van content door niet traditionele aanbieders. Met dit laatste wordt de keten ook een cirkel: de consumptie is geen eindpunt maar de content is een halffabrikaat dat hergebruikt en verrijkt wordt en opnieuw zijn weg vindt naar een volgende consument in een ander ‘package’ via andere kanalen.
Democratische waarde
Na het ‘wat’ kunnen we vervolgens de vraag stellen naar het waarom: waarom zijn er eigenlijk crossmedia producten en diensten? Veel van de drijfveren van crossmedia ontwikkelingen hebben een economisch karakter. Door een crossmedia strategie zijn bedrijven in staat hun klanten via verschillende kanalen te benaderen en het geeft ook de mogelijkheid van een betere dienstverlening zoals online bestellen en offline ophalen. Deze dienstverlening kan leiden tot een grotere klanttevredenheid, meer loyaliteit, meer omzet en groter marktaandeel. Het lijkt er dus op dat crossmediale producten en diensten met volle vaart uitgerold kunnen worden. Maar het blijkt een hele uitdaging om kanalen op elkaar af te stemmen en te managen, steeds nieuwe klanten te vinden voor nieuwe kanalen en niet conflicten te veroorzaken tussen kanalen, bijvoorbeeld door verschillende prijsinformatie.
De onderliggende vragen bij de crossmedia strategie zijn: wanneer zijn welke kanalen effectief, voor wat en voor wie? Wanneer gaan mensen een nieuw kanaal gebruiken en wat is dan het effect op andere kanalen? Welke content bied ik aan via welk platform op welk device op welk moment voor wie in welke kwaliteit, tegen welke waardenuitwisseling en met welke interactie? Vragen die generiek genoeg zijn om ze ook te stellen voor andere dan economische waarden zoals voor de maatschappelijke, culturele en democratische waarde. Daarbij zal dan niet moeten worden gekeken naar de verdiensten in de zin van omzet en winst als effect, maar naar het effect op zaken zoals kennis, welbevinden, identiteitsvorming en burgerdom.
Naast de genoemde economische drijfveer is er ook minstens één meer sociaal-psychologische drijfveer te noemen van crossmedia ontwikkelingen. Crossmedia wordt wel gezien als een van de belangrijkste aanjagers van de informatiesamenleving, doordat ze rijkere ervaringen biedt dan de huidige ‘plaatjes’ op televisie, Internet en de mobiele telefoon. De bedoelde verrijking bestaat uit het laten opgaan in, het omringd worden door en het willen prikkelen van alle zintuigen zodat een totale ervaring ontstaat waaraan geen ontsnappen meer mogelijk is. Crossmedia in de betekenis van zoveel mogelijkheden benutten om een persoon te benaderen met een boodschap, biedt dan ook uitgelezen mogelijkheden om een dergelijke ervaring te bewerkstelligen.
Pretparken
Dergelijke ervaringen kunnen ook geënsceneerd worden zoals we zien in pretparken en ook steeds meer in televisieshows. We zien ook steeds meer dat deze beleveniscultus zich weet te binden aan een andere ontwikkeling: het individualisme, met als resultaat het individuele spektakel. Van de vraag van de sportjournalist aan de hijgende sporter die net de streep passeert “wat gaat er door je heen”, tot tv-formats waarin iedereen en van alles afvalt in een race naar…, ja naar wat, tot aan Pauw & Witteman voor wie alleen boeken bestaan die direct te herleiden zijn tot het echte leven van de auteur. Om met Bas Heijne te spreken “Alles wordt in Nederland persoonlijk gemaakt. (…) De zaak is volledig ondergeschikt gemaakt aan de persoon. (…) - het gaat erom wie zich er druk over maakt”. Als we dan zien hoe makkelijk individuen tegenwoordig een podium weten te vinden dan is er geen terughoudendheid meer, het onmiddellijke regeert. En waar Gerrit Komrij nog optimistisch is dat in die onmiddellijke beleving ook de reflectie wordt gevangen, lijkt het er eerder op dat de onmiddellijkheid juist een reflectie in de weg staat. Het ‘opgaan in’ leidt nooit meer tot een terugvallen op, een reflectie. In die zin vergroot crossmedia in relatie tot de ‘gewone’ media niet alleen het opgaan in de ervaring, maar vergroot zij ook de relevantie van de vraag naar het effect van crossmedia. Crossmedia geletterdheid is meer dan ook noodzaak, niet alleen om zich weerbaar te maken maar juist ook om zich te kunnen ontplooien op een manier die voorbijgaat aan de mythische figuren van het popidool, het modemodel en de nerd.
Met de verwijzing naar deze mythische idolen lijken we ook de titel te pakken te hebben door de associatie die idola oproept met Idols. En misschien is dat ook wel een van de onderstromen van dit verhaal, namelijk dat het crossmedia werkveld wordt beheerst door casuïstiek en de begeerte naar succesverhalen, naar idols. Maar dit heeft Francis Bacon ongetwijfeld niet bedoeld toen hij in 1620 over idola schreef. Idola zijn impliciete aannamen, drogbeelden, vanzelfsprekendheden en dwalingen die zich hebben genesteld in ons denken. In ‘Idola van de Crossmedia’ (Utrecht, 2008) heb ik een aantal van deze idola van de crossmedia beschreven, zoals: crossmedia gaat uitsluitend over distributie, crossmedia is alleen van toepassing op economische waarde-uitwisseling, crossmedia is een vaag begrip, crossmedia casuïstiek is het hoogst haalbare, crossmedia is ongevaarlijk, en Web 2.0 is big business. De huidige ontwikkelingen typeren als een revolutie is ook zo’n verleiding, zo’n idola. Het loont meer de moeite de huidige ontwikkelingen te onderzoeken vanuit bestaande gedragingen en patronen. Juist omdat die patronen zich projecteren op de nieuwe omgeving, we slepen het verleden noodzakelijkerwijs mee de toekomst in. De zone waar ik me dan in begeef is, om met de ontwikkelingspsycholoog Vygotski te spreken, de zone van de naaste ontwikkeling. En dit is ook het terrein van toegepast onderzoek naar crossmedia.
Op www.crossmedialab.nl zijn binnenkort de vodcast en de publicatie te bekijken resp. te downloaden.
www.denieuwereporter.nl
Harry van Vliet hield op donderdag 10 januari zijn inaugurale reden als lector Cross mediacontent aan de Faculteit Communicatie en Journalistiek, Hogeschool Utrecht. Aansluitend gaf hij zijn openbare les 'Idola van de Crossmedia'. De tekst van die les verschijnt eerdaags in een boekje. Onderstaand een verkorte versie van die openbare les.
De uitingen van de crossmedia dringen zich steeds nadrukkelijker aan ons op. Een toenemend aantal crossmedia diensten en producten doet een beroep op onze aandacht en financiën: van interactieve televisieprogramma’s op websites, tot themakanalen op mobiele apparaten, fysieke bijeenkomsten van online communities, en virtuele werelden waarin wordt gehandeld en waarin je echte schulden kunt maken. Oude en nieuwe media vinden elkaar in IPTV en podcasts. Traditionele spelers worden links en rechts ingehaald door creatieve pioniers en actieve consumenten die zich niets aantrekken van bestaande marktverdelingen en gevestigde namen. De ene baanbrekende dienst valt over de andere innovatie heen: nog maar net gewend aan het bloggen of iedereen slaat aan het twitteren.
Bij deze turbulentie hoort ook verwarring over de typering van wat zich onder onze ogen afspeelt. Het begrip crossmedia is daarop geen uitzondering. En eigenlijk onnodig: ik zal kort drie aspecten noemen die mijns inziens de aard van crossmedia bepalen.
Verleiding en genot
Een typerend aspect van crossmedia is dat content meerdere keren, over verschillende kanalen wordt aangeboden. Een voorbeeld is een reclame op televisie, die ook als banner verschijnt op een website, waarvan de audio op de radio wordt gebruikt, en een beeld uit de video voor de advertentie in een tijdschrift. In dit geval wordt dezelfde inhoud herbruikt. Een tweede situatie is die waarin juist de inhoud wordt uitgesmeerd over verschillende kanalen en naar elkaar verwijst: een berichtje in de krant met een verwijzing naar een uigebreide videorapportage op de website, of een radiospotje dat verwijst naar een telefoonnummer voor verder informatie. Een derde situatie is die waarin de content over de verschillende kanalen heen niet alleen naar elkaar verwijst maar ook appelleert aan een waarde die uitstijgt boven de individuele uitingen. Mobiele telefoons gaan niet over kunnen bellen maar over vrijheid en identiteit, Nespresso gaat niet over koffie maar over verleiding en genot. De manieren waarop de content zo samenhangt over verschillende kanalen heen, crossmediaal, zijn daarmee te typeren als iconisch (gelijkenis), indexicaal (verwijzend) en symbolisch. Onderzoek richt zich dan op de orkestratie en dramaturgie van die onderlinge relaties.
Het tweede aspect dat ik wil noemen is dat de verschillende kanalen zoals televisie, radio, print en internet hun eigen kenmerken en eigenaardigheden hebben. Een voorbeeld hiervan is de vergelijking tussen televisie en Internet. Televisie levert een prachtig beeld op, doet het nagenoeg altijd en is bijna overal aanwezig. Wat televisie niet doet is connectiviteit naar andere kijkers bieden, ik heb geen idee wie er nog meer zitten te kijken. TV biedt ook weinig interactiviteit, of we moeten zappen als een soort interactiviteit gaan zien. Bij Internet is het juist omgekeerd: tegenwoordig kan ik vaak zien wie er nog meer online zijn op de website die ik bezoek, ik kan mailen, twitteren etc; en Internet biedt veel meer interactiviteit door de vele keuzes die ik zelf maak en de feedback die ik geef, denk aan Wikipedia. Daarentegen kijken we niet vreemd op als de Internetconnectie eruit ligt en accepteren we slechte kwaliteit videos. Dit is wat kort door de bocht maar we kunnen zo wel begrijpen dat de nieuwe diensten die nu ontstaan bij televisie zich vooral richten op connectiviteit (community-TV) of op interactiviteit (interactieve TV. Het typische van crossmedia zit hier dus in de ‘oversteek’ van bepaalde qualita of het zoeken naar synergie tussen die qualita door meerdere kanalen te combineren rond dezelfde content.
Het derde aspect haakt aan bij een veel gehanteerde typering van crossmedia door deze bijna uitsluitend te typeren aan de hand van verschillende distributiekanalen. Door de huidige ontwikkelingen van onder andere digitalisering en convergentie is het noodzakelijk de andere stappen in de contentketen mee te nemen. Dit betekent dat naast de distributie er ook aandacht moet zijn voor de samenstelling van crossmediale content, de push en pull van crossmedia content naar verschillende apparaten, de consumptie van crossmediale content en de co-creatie van content door niet traditionele aanbieders. Met dit laatste wordt de keten ook een cirkel: de consumptie is geen eindpunt maar de content is een halffabrikaat dat hergebruikt en verrijkt wordt en opnieuw zijn weg vindt naar een volgende consument in een ander ‘package’ via andere kanalen.
Democratische waarde
Na het ‘wat’ kunnen we vervolgens de vraag stellen naar het waarom: waarom zijn er eigenlijk crossmedia producten en diensten? Veel van de drijfveren van crossmedia ontwikkelingen hebben een economisch karakter. Door een crossmedia strategie zijn bedrijven in staat hun klanten via verschillende kanalen te benaderen en het geeft ook de mogelijkheid van een betere dienstverlening zoals online bestellen en offline ophalen. Deze dienstverlening kan leiden tot een grotere klanttevredenheid, meer loyaliteit, meer omzet en groter marktaandeel. Het lijkt er dus op dat crossmediale producten en diensten met volle vaart uitgerold kunnen worden. Maar het blijkt een hele uitdaging om kanalen op elkaar af te stemmen en te managen, steeds nieuwe klanten te vinden voor nieuwe kanalen en niet conflicten te veroorzaken tussen kanalen, bijvoorbeeld door verschillende prijsinformatie.
De onderliggende vragen bij de crossmedia strategie zijn: wanneer zijn welke kanalen effectief, voor wat en voor wie? Wanneer gaan mensen een nieuw kanaal gebruiken en wat is dan het effect op andere kanalen? Welke content bied ik aan via welk platform op welk device op welk moment voor wie in welke kwaliteit, tegen welke waardenuitwisseling en met welke interactie? Vragen die generiek genoeg zijn om ze ook te stellen voor andere dan economische waarden zoals voor de maatschappelijke, culturele en democratische waarde. Daarbij zal dan niet moeten worden gekeken naar de verdiensten in de zin van omzet en winst als effect, maar naar het effect op zaken zoals kennis, welbevinden, identiteitsvorming en burgerdom.
Naast de genoemde economische drijfveer is er ook minstens één meer sociaal-psychologische drijfveer te noemen van crossmedia ontwikkelingen. Crossmedia wordt wel gezien als een van de belangrijkste aanjagers van de informatiesamenleving, doordat ze rijkere ervaringen biedt dan de huidige ‘plaatjes’ op televisie, Internet en de mobiele telefoon. De bedoelde verrijking bestaat uit het laten opgaan in, het omringd worden door en het willen prikkelen van alle zintuigen zodat een totale ervaring ontstaat waaraan geen ontsnappen meer mogelijk is. Crossmedia in de betekenis van zoveel mogelijkheden benutten om een persoon te benaderen met een boodschap, biedt dan ook uitgelezen mogelijkheden om een dergelijke ervaring te bewerkstelligen.
Pretparken
Dergelijke ervaringen kunnen ook geënsceneerd worden zoals we zien in pretparken en ook steeds meer in televisieshows. We zien ook steeds meer dat deze beleveniscultus zich weet te binden aan een andere ontwikkeling: het individualisme, met als resultaat het individuele spektakel. Van de vraag van de sportjournalist aan de hijgende sporter die net de streep passeert “wat gaat er door je heen”, tot tv-formats waarin iedereen en van alles afvalt in een race naar…, ja naar wat, tot aan Pauw & Witteman voor wie alleen boeken bestaan die direct te herleiden zijn tot het echte leven van de auteur. Om met Bas Heijne te spreken “Alles wordt in Nederland persoonlijk gemaakt. (…) De zaak is volledig ondergeschikt gemaakt aan de persoon. (…) - het gaat erom wie zich er druk over maakt”. Als we dan zien hoe makkelijk individuen tegenwoordig een podium weten te vinden dan is er geen terughoudendheid meer, het onmiddellijke regeert. En waar Gerrit Komrij nog optimistisch is dat in die onmiddellijke beleving ook de reflectie wordt gevangen, lijkt het er eerder op dat de onmiddellijkheid juist een reflectie in de weg staat. Het ‘opgaan in’ leidt nooit meer tot een terugvallen op, een reflectie. In die zin vergroot crossmedia in relatie tot de ‘gewone’ media niet alleen het opgaan in de ervaring, maar vergroot zij ook de relevantie van de vraag naar het effect van crossmedia. Crossmedia geletterdheid is meer dan ook noodzaak, niet alleen om zich weerbaar te maken maar juist ook om zich te kunnen ontplooien op een manier die voorbijgaat aan de mythische figuren van het popidool, het modemodel en de nerd.
Met de verwijzing naar deze mythische idolen lijken we ook de titel te pakken te hebben door de associatie die idola oproept met Idols. En misschien is dat ook wel een van de onderstromen van dit verhaal, namelijk dat het crossmedia werkveld wordt beheerst door casuïstiek en de begeerte naar succesverhalen, naar idols. Maar dit heeft Francis Bacon ongetwijfeld niet bedoeld toen hij in 1620 over idola schreef. Idola zijn impliciete aannamen, drogbeelden, vanzelfsprekendheden en dwalingen die zich hebben genesteld in ons denken. In ‘Idola van de Crossmedia’ (Utrecht, 2008) heb ik een aantal van deze idola van de crossmedia beschreven, zoals: crossmedia gaat uitsluitend over distributie, crossmedia is alleen van toepassing op economische waarde-uitwisseling, crossmedia is een vaag begrip, crossmedia casuïstiek is het hoogst haalbare, crossmedia is ongevaarlijk, en Web 2.0 is big business. De huidige ontwikkelingen typeren als een revolutie is ook zo’n verleiding, zo’n idola. Het loont meer de moeite de huidige ontwikkelingen te onderzoeken vanuit bestaande gedragingen en patronen. Juist omdat die patronen zich projecteren op de nieuwe omgeving, we slepen het verleden noodzakelijkerwijs mee de toekomst in. De zone waar ik me dan in begeef is, om met de ontwikkelingspsycholoog Vygotski te spreken, de zone van de naaste ontwikkeling. En dit is ook het terrein van toegepast onderzoek naar crossmedia.
Op www.crossmedialab.nl zijn binnenkort de vodcast en de publicatie te bekijken resp. te downloaden.
www.denieuwereporter.nl
maandag 14 januari 2008
new media studies 2.0

In a recent interview about the newly popular concept of 'Web 2.0', following a spate of mainstream media coverage of Second Life, Wikipedia, and other collaborative creative phenomena in autumn 2006, I found myself mentioning a possible parallel in a 'Media Studies 2.0'. Although I would not like to be introducing a new bit of pointless jargon, the idea seemed like it might have some value - for highlighting a forward-looking slant which builds on what we have already (in the same way that the idea of 'Web 2.0' is useful, even though it does not describe any kind of sequel to the Web, but rather just an attitude towards it, and which in fact was precisely what the Web's inventor, Tim Berners-Lee, intended for it in the first place).
In this article, I thought it might be worth fleshing out what Media Studies 2.0 means, in contrast to the still-popular traditional model.
Outline of Media Studies 1.0
This traditional approach to Media Studies, which is still dominant in a lot (but not all) of school and university teaching, and textbooks, is characterised by:
A tendency to fetishise 'experts', whose readings of popular culture are seen as more significant than those of other audience members (with corresponding faith in faux-expert non-procedures such as semiotics);
A tendency to celebrate certain key texts produced by powerful media industries and celebrated by well-known critics;
The optional extra of giving attention to famous 'avant garde' works produced by artists recognised in the traditional sense, and which are seen as especially 'challenging';
A belief that students should be taught how to 'read' the media in an appropriate 'critical' style;
A focus on traditional media produced by major Western broadcasters, publishers, and movie studios, accompanied (ironically) by a critical resistance to big media institutions, such as Rupert Murdoch's News International, but no particular idea about what the alternatives might be;
Vague recognition of the internet and new digital media, as an 'add on' to the traditional media (to be dealt with in one self-contained segment tacked on to a Media Studies teaching module, book or degree);
A preference for conventional research methods where most people are treated as non-expert audience 'receivers', or, if they are part of the formal media industries, as expert 'producers'.
Outline of Media Studies 2.0
This emergent alternative to the traditional approach is characterised by a rejection of much of the above:
The fetishisation of 'expert' readings of media texts is replaced with a focus on the everyday meanings produced by the diverse array of audience members, accompanied by an interest in new qualitative research techniques;
The tendency to celebrate certain 'classic' conventional and/or 'avant garde' texts, and the focus on traditional media in general, is replaced with - or at least joined by - an interest in the massive 'long tail' of independent media projects such as those found on YouTube and many other websites, mobile devices, and other forms of DIY media;
The focus on primarily Western media is replaced with an attempt to embrace the truly international dimensions of Media Studies - including a recognition not only of the processes of globalization, but also of the diverse perspectives on media and society being worked on around the world;
The view of the internet and new digital media as an 'optional extra' is correspondingly replaced with recognition that they have fundamentally changed the ways in which we engage with all media;
The patronising belief that students should be taught how to 'read' the media is replaced by the recognition that media audiences in general are already extremely capable interpreters of media content, with a critical eye and an understanding of contemporary media techniques, thanks in large part to the large amount of coverage of this in popular media itself;
Conventional research methods are replaced - or at least supplemented - by new methods which recognise and make use of people's own creativity, and brush aside the outmoded notions of 'receiver' audiences and elite 'producers';
Conventional concerns with power and politics are reworked in recognition of these points, so that the notion of super-powerful media industries invading the minds of a relatively passive population is compelled to recognise and address the context of more widespread creation and participation.
Clearly, we do not want to throw away all previous perspectives and research; but we need to take the best of previous approaches and rework them to fit a changing environment, and develop new tools as well.
Got comments? Join the discussion at the Media Studies 2.0 forum.
History and emergence of 'Media Studies 2.0'
Media Studies 2.0 is not brand new and has been hinted at by a range of commentators, and connects with a range of phenomena that have been happening for some time. The above attempt to specify 'Media Studies 1.0' and '2.0' is merely an attempt to clarify this shift. Its emergence was suggested, for instance, by comments I made in the introductions to the two different editions of Web Studies, back in 2000 and 2004. In the first edition, under the heading 'Media studies was nearly dead: Long live new media studies', I said:
By the end of the twentieth century, Media Studies research within developed Western societies had entered a middle-aged, stodgy period and wasn't really sure what it could say about things any more. Thank goodness the Web came along.
I argued that Media Studies had become characterised by contrived 'readings' of media texts, an inability to identify the real impact of the media, and a black hole left by the failure of vacuous US-style 'communications science' quantitative research, plus an absence of much imaginative qualitative research. In particular, I said, media studies was looking weak and rather pointless in the face of media producers and stars, including media-savvy politicians, who were already so knowing about media and communications that academic critics were looking increasingly redundant. (The full texts are available at www.newmediastudies.com). I concluded:
Media studies, then, needed something interesting to do, and fast. Happily, new media is vibrant, exploding and developing… New good ideas and new bad ideas appear every week, and we don't know how it's going to pan out. Even better, academics and students can participate in the new media explosion, not just watch from the sidelines - and we can argue that they have a responsibility to do so. So it's an exciting time again.
In the 2004 edition I reviewed these earlier arguments and noted that:
Most of these things are still true: you wouldn't expect old-school media studies to reinvent itself within three years. But the arrival of new media within the mainstream has had an impact, bringing vitality and creativity to the whole area, as well as whole new areas for exploration (especially around the idea of 'interactivity'). In particular, the fact that it is quite easy for media students to be reasonably slick media producers in the online environment, means that we are all more actively engaged with questions of creation, distribution and audience.
Soon after this book was published, the phrase 'Web 2.0' was coined by Tim O'Reilly. 'Web 2.0' is, as mentioned above, not a replacement for the Web that we know and love, but rather a way of using existing systems in a 'new' way: to bring people together creatively. O'Reilly has described it as 'harnessing collective intelligence'. The spirit of 'Web 2.0' is that individuals should open themselves to collaborative projects instead of seeking to make and protect their 'own' material. The 'ultimate' example at the moment is perhaps Wikipedia, the massive online encyclopedia created collectively by its millions of visitors. (Other examples include craigslist, del.icio.us, and Flickr).
The notion of 'Web 2.0' inspired me to write the above sections defining Media Studies 1.0 and 2.0. Soon afterwards, I checked Google to see if anyone else had tacked '2.0' onto 'Media Studies' to create the same phrase. This revealed an excellent blog produced by William Merrin, a lecturer in Media Studies at University of Wales, Swansea, called 'Media Studies 2.0' and started in November 2006. The blog mostly contains useful posts about new media developments. The first post on the blog, however, makes an excellent argument that Media Studies lecturers need to catch up with their students in the digital world.
Examples of Media Studies 2.0 in practice
Inevitably my own experiences spring to mind, as I have attempted to find new ways of exploring people's contemporary media experiences by encouraging creative responses. This began in 1995 when I handed children video cameras to make films about their responses to the environment, instead of just interviewing them (Gauntlett, 1997), and has continued through various projects, culminating most recently in the book Creative Explorations: New approaches to identities and audiences (2007), which describes - amongst other things - my study in which people were invited to build metaphorical models of their identities in Lego.
Other instances of Media Studies 2.0 would include:
The title of the journal Participations (launched 2003), an 'audience studies' journal that manages to avoid calling them 'audiences' - in its main title at least, although the subtitle 'Journal of Audience and Reception Studies' offers a perhaps inevitable translation into the language we are trying to get away from;
The forthcoming conference Transforming Audiences, which seeks to undermine its own title by questioning the traditional approach to people who 'produce' media and people who 'use' media;
Joke Hermes's book Reading Women's Magazines (1995), one of the first texts to demonstrate that Media Studies tended to over-emphasise its own consumption models;
Studies by Sonia Livingstone and by David Buckingham, in the past few years, which have rejected passive models of media consumption;
More active participation, such as Campaigns Wikia, based on the idea that 'If broadcast media brought us broadcast politics, then participatory media will bring us participatory politics';
William Merrin's blog, as mentioned above.
I would be very glad to hear of other examples of Media Studies 2.0 practice. Please email david@theory.org.uk with 'Media Studies 2.0' in the subject line.
Updates:
A couple of critics have said that the Media Studies 2.0 model that I proposed above is primarily concerned with 'audience and reception studies'. But my argument is precisely that the whole idea of media 'reception' is rapidly collapsing around our ears (and was always rather patronising). If I was not able to make this clear, I suggest this excellent article: Blogging and the Emerging Media Ecosystem by John Naughton. Naughton shows that, even if you are not interested in media audiences / users / participants (or whatever you want to call them), the changing nature of engagement with media - where more and more people can and do make their own - forces the whole system to adapt. So some changes on the audience/user side of things (people making their own stuff as well as consuming material made by traditional media companies, and other individuals) leads to a change in the whole 'ecosystem'.
See 20th Century Politics meets 21st Century Media by Graham Meikle of Macquarie University, Sydney, which draws a similar distinction between '20th century' and '21st century' media and media studies.
Watch Epic 2015, an 8-minute Flash movie by Robin Sloan and Matt Thompson which shows a speculative 'history' of new media up to the year 2015. This revised version was released at the start of 2005. Further info about it appears in this Wikipedia article.
I have now stumbled across a Media 2.0 Workgroup (of course!) - "a group of industry commentators, agitators and innovators who believe that the phenomena of democratic participation will change the face of media creation, distribution and consumption". Interesting site.
Got comments? Join the discussion at the Media Studies 2.0 forum.
References
Anderson, Chris (2006), The Long Tail: Why the Future of Business Is Selling Less of More, London: Hyperion.
Buckingham, David, and Bragg, Sara (2004), Young People, Sex and the Media: The Facts of Life?, Basingstoke: Palgrave Macmillan.
Hermes, Joke (1995), Reading Women's Magazines: An Analysis of Everyday Media Use, Cambridge: Polity.
Gauntlett, David (1997), Video Critical: Children, The Environment and Media Power, London: John Libbey. Online version at http://www.artlab.org.uk/videocritical.
Gauntlett, David (2000), 'Web Studies: A User's Guide', in Gauntlett, David, ed., Web.Studies: Rewiring Media Studies for the Digital Age, London: Arnold. Also available at http://www.newmediastudies.com/intro2000.htm.
Gauntlett, David (2004), 'Web Studies: What's New', in Gauntlett, David and Horsley, Ross, eds, Web.Studies, 2nd edition, London: Arnold. Also available at http://www.newmediastudies.com/intro2004.htm.
Gauntlett, David (2005), Moving Experiences, Second edition: Media Effects and Beyond, London: John Libbey.
Gauntlett, David (2007), Creative Explorations: New approaches to identities and audiences, London: Routledge.
Lievrouw, Leah A., and Livingstone, Sonia, eds (2006), The Handbook of New Media: Updated Student Edition, London: Sage.
asefmeeting 24 -25 januari 9 uur campus Munt klas 3
6th Asia-Europe Film Meeting
Phase 1: Asia-Europe Film Seminar, in association with RITS film school, Belgium
(24 January – 25 January 2008)
Phase 2: Asia-Europe Film Meeting, in association with CINEMART Rotterdam
(26-30 January 2008)
A series of annual Asia-Europe Film Meetings were initiated during the Cinemanila
International Film Festival in 2002. Since its inauguration, the series of yearly Asia-Europe Film
Meetings have tackled issues related to the development and promotion of independent
cinema in both regions (film distribution, film producing, women film makers, etc.) Concrete
outputs take the forms of development of film projects, career opportunities for young film
professionals, implementation of new film funds etc.
In 2008 the Asia-Europe Foundation continues its support to develop links of collaboration
between the independent film industries of both regions. In partnership with the RITS film
school Brussels and CINEMART Rotterdam, and with a focus on young Asia-Europe
independent film producers, it hopes of continuing to build new inroads to promote
awareness, mutual understanding and dialogue on issues of common interest to Asia and
Europe.
The Asia-Europe Film Meeting will have two phases in 2008. The first one will be happening in
Brussels, Belgium, on 24-25 January, with in a seminar form containing workshops, panel
discussion and screenings and will try to go further in the necessary debate on independent
films in Asia and Europe. Links with the students of the Flemish school of film RITS will be
developed aiming to connect both film schools and film professionals
The second phase of the Asia-Europe Film Meeting will be integrated into the broader
programme within CINEMART called ‘The Rotterdam lab’ where producers from all over the
world meet and discuss future co-productions or partnerships. Sessions with focus on
production, marketing or distribution will be part of the programme as well as speed-dating
sessions and
Through these workshops, networks of producers engaged in the Asian and European film
medium will be fostered. An exchange and sharing of information for film co-production
opportunities between Asia and Europe will be facilitated through the discussion of selected
film projects.
CONCEPT PAPER
Phase 1: Asia-Europe Film Seminar: In Phase 1 (24–25 January 2008, Brussels, Belgium) a
team consisting of 20 young film producers from Asia and Europe will meet at the RITS film
school facilities and will engage in a series of workshops, screenings and panels discussion on
Asia-Europe independent film issues. These sessions will debate and explore the potential
interest of other future Asia-Europe initiatives in this field to help improve the level and
number of exchanges between both regions of the world.
Phase 2: Asia-Europe Film Meeting, In Phase 2 (26-31 January 2008, Rotterdam, The
Netherlands), the selected participants who will have taken part in the RITS workshop will join
together with other young and emerging producers to take part in the Rotterdam Lab at
Cinemart for a period of 5 days. A series of discussions will take on a comprehensive range of
film issues covering production, sales, financing, distribution, press & promotion and
television. Sessions of speed-dating will be also organised to offer the participants the
opportunity for more in-depth discussions with industry delegates and to talk more personally
about their projects.
For more information on eligibility, deadlines and submissions please refer to the call for applications attached.
The Asia-Europe Foundation (ASEF) seeks to promote better mutual understanding and closer
cooperation between the people of Asia and Europe through greater intellectual, cultural, and peopleto-
people exchanges. These exchanges include conferences, lecture tours, workshops, seminars and
the use of web-based platforms. The major achievement of ASEF is the establishment of permanent
bi-regional networks focused on areas and issues that help to strengthen Asia-Europe relations.
Established in February 1997 by the partners of the Asia-Europe Meeting (ASEM), ASEF is the only permanent
physical institution of the ASEM process. ASEF works in partnership with other public institutions and civil society
actors to ensure its work is broad-based and balanced among the partner countries. http://www.asef.org
The Asia-Europe Meeting (ASEM) is an informal process of dialogue and cooperation. It brings together Austria, Belgium, Brunei,
Cambodia, China, Cyprus, Czech Republic, Denmark, Estonia, Finland, France, Germany, Greece, Hungary, Indonesia, Ireland, Italy,
Japan, Laos, Latvia, Lithuania, Luxembourg, Malaysia, Malta, Myanmar, The Netherlands, The Philippines, Poland, Portugal,
Singapore, Slovakia, Slovenia, South Korea, Spain, Sweden, Thailand, United Kingdom, Vietnam, and the European Commission.
In 2007, ASEM grew to include Bulgaria, Romania, India, Pakistan, Mongolia, and ASEAN Secretariat.
http://www.aseminfoboard.org
The International Film Festival Rotterdam offers a quality selection of worldwide independent,
innovative and experimental cinema and visual arts. Devoted to offering a platform to and actively
supporting independent filmmaking from around the globe, The International Film Festival
Rotterdam is the essential hub for discovering film talent and for catching the early buzz on many world and international
premieres. During twelve festival days, hundreds of filmmakers and other artists present their work to a large and devoted
audience in 24 screening venues located within central Rotterdam. Up to 3,000 press and film industry representatives visit the
festival to report on its buzz or to take part in CineMart, the largest co-production market for film projects.
CineMart was the first platform of its kind to offer filmmakers the opportunity to launch their ideas to the international film
industry and to find the right connections to get their projects financed. Launching around 45 new projects that are looking for
additional financing, CineMart also signals an important start to the 'film year'. Every year, the CineMart invites a select number of
directors and/or producers to present their film projects to potential co-producers, bankers, funds, sales agents, distributors, TV
stations and other potential financiers and information sources. It offers highly productive opportunities to network and discuss
TIM ELINE for the 6th Asia-Europe
Film ng
BACKGROUND
projects. In order to maintain the effective but informal atmosphere which is one of the main trademarks of CineMart, the
selection of projects is kept to approximately 45 and the invitation process is selective.
The Rotterdam Lab is a 5-day training workshop for young and emerging producers designed to build up their international
network and their experience at an international festival and market. Participation in the Rotterdam Lab provides young producers
with the confidence and skills to navigate the festival circuit and meet the professionals who can help finance their projects. For
further information on the International Film Festival Rotterdam, Cinemart or the Rotterdam Lab, please visit the following
website: http://professionals.filmfestivalrotterdam.com/
RITS Erasmus University College Brussels is located in the heart of the city of Brussels, Belgium. The school
offers a variety of programs. There are several academic bachelor (3 years) and master degrees (1 year) in
performing and audiovisual arts. Fiction directing, radio, animation, writing, television directing, documentary
film making are the disciplines you can choose in the audiovisual department. Performing arts is divided in
acting and writing/directing. Cinematography, editing, sound, and audiovisual and stage production assistance are professional
bachelors (3 years) where the technical aspects are highlighted. Students have access to professional equipment set on an
international level. RITS is also associated with UAB (University Association Brussels), which provides opportunities for research
and doctoral studies. Many RITS student films have been selected for international film festivals. Peter Ghesquière’s short
‘Moonglow’, e.g., was nominated at the 2005 Cannes Film Festival in the short film competition. Several of them return to the
school to teach and to share their knowledge with the new generation.
Phase 1: Asia-Europe Film Seminar, in association with RITS film school, Belgium
(24 January – 25 January 2008)
Phase 2: Asia-Europe Film Meeting, in association with CINEMART Rotterdam
(26-30 January 2008)
A series of annual Asia-Europe Film Meetings were initiated during the Cinemanila
International Film Festival in 2002. Since its inauguration, the series of yearly Asia-Europe Film
Meetings have tackled issues related to the development and promotion of independent
cinema in both regions (film distribution, film producing, women film makers, etc.) Concrete
outputs take the forms of development of film projects, career opportunities for young film
professionals, implementation of new film funds etc.
In 2008 the Asia-Europe Foundation continues its support to develop links of collaboration
between the independent film industries of both regions. In partnership with the RITS film
school Brussels and CINEMART Rotterdam, and with a focus on young Asia-Europe
independent film producers, it hopes of continuing to build new inroads to promote
awareness, mutual understanding and dialogue on issues of common interest to Asia and
Europe.
The Asia-Europe Film Meeting will have two phases in 2008. The first one will be happening in
Brussels, Belgium, on 24-25 January, with in a seminar form containing workshops, panel
discussion and screenings and will try to go further in the necessary debate on independent
films in Asia and Europe. Links with the students of the Flemish school of film RITS will be
developed aiming to connect both film schools and film professionals
The second phase of the Asia-Europe Film Meeting will be integrated into the broader
programme within CINEMART called ‘The Rotterdam lab’ where producers from all over the
world meet and discuss future co-productions or partnerships. Sessions with focus on
production, marketing or distribution will be part of the programme as well as speed-dating
sessions and
Through these workshops, networks of producers engaged in the Asian and European film
medium will be fostered. An exchange and sharing of information for film co-production
opportunities between Asia and Europe will be facilitated through the discussion of selected
film projects.
CONCEPT PAPER
Phase 1: Asia-Europe Film Seminar: In Phase 1 (24–25 January 2008, Brussels, Belgium) a
team consisting of 20 young film producers from Asia and Europe will meet at the RITS film
school facilities and will engage in a series of workshops, screenings and panels discussion on
Asia-Europe independent film issues. These sessions will debate and explore the potential
interest of other future Asia-Europe initiatives in this field to help improve the level and
number of exchanges between both regions of the world.
Phase 2: Asia-Europe Film Meeting, In Phase 2 (26-31 January 2008, Rotterdam, The
Netherlands), the selected participants who will have taken part in the RITS workshop will join
together with other young and emerging producers to take part in the Rotterdam Lab at
Cinemart for a period of 5 days. A series of discussions will take on a comprehensive range of
film issues covering production, sales, financing, distribution, press & promotion and
television. Sessions of speed-dating will be also organised to offer the participants the
opportunity for more in-depth discussions with industry delegates and to talk more personally
about their projects.
For more information on eligibility, deadlines and submissions please refer to the call for applications attached.
The Asia-Europe Foundation (ASEF) seeks to promote better mutual understanding and closer
cooperation between the people of Asia and Europe through greater intellectual, cultural, and peopleto-
people exchanges. These exchanges include conferences, lecture tours, workshops, seminars and
the use of web-based platforms. The major achievement of ASEF is the establishment of permanent
bi-regional networks focused on areas and issues that help to strengthen Asia-Europe relations.
Established in February 1997 by the partners of the Asia-Europe Meeting (ASEM), ASEF is the only permanent
physical institution of the ASEM process. ASEF works in partnership with other public institutions and civil society
actors to ensure its work is broad-based and balanced among the partner countries. http://www.asef.org
The Asia-Europe Meeting (ASEM) is an informal process of dialogue and cooperation. It brings together Austria, Belgium, Brunei,
Cambodia, China, Cyprus, Czech Republic, Denmark, Estonia, Finland, France, Germany, Greece, Hungary, Indonesia, Ireland, Italy,
Japan, Laos, Latvia, Lithuania, Luxembourg, Malaysia, Malta, Myanmar, The Netherlands, The Philippines, Poland, Portugal,
Singapore, Slovakia, Slovenia, South Korea, Spain, Sweden, Thailand, United Kingdom, Vietnam, and the European Commission.
In 2007, ASEM grew to include Bulgaria, Romania, India, Pakistan, Mongolia, and ASEAN Secretariat.
http://www.aseminfoboard.org
The International Film Festival Rotterdam offers a quality selection of worldwide independent,
innovative and experimental cinema and visual arts. Devoted to offering a platform to and actively
supporting independent filmmaking from around the globe, The International Film Festival
Rotterdam is the essential hub for discovering film talent and for catching the early buzz on many world and international
premieres. During twelve festival days, hundreds of filmmakers and other artists present their work to a large and devoted
audience in 24 screening venues located within central Rotterdam. Up to 3,000 press and film industry representatives visit the
festival to report on its buzz or to take part in CineMart, the largest co-production market for film projects.
CineMart was the first platform of its kind to offer filmmakers the opportunity to launch their ideas to the international film
industry and to find the right connections to get their projects financed. Launching around 45 new projects that are looking for
additional financing, CineMart also signals an important start to the 'film year'. Every year, the CineMart invites a select number of
directors and/or producers to present their film projects to potential co-producers, bankers, funds, sales agents, distributors, TV
stations and other potential financiers and information sources. It offers highly productive opportunities to network and discuss
TIM ELINE for the 6th Asia-Europe
Film ng
BACKGROUND
projects. In order to maintain the effective but informal atmosphere which is one of the main trademarks of CineMart, the
selection of projects is kept to approximately 45 and the invitation process is selective.
The Rotterdam Lab is a 5-day training workshop for young and emerging producers designed to build up their international
network and their experience at an international festival and market. Participation in the Rotterdam Lab provides young producers
with the confidence and skills to navigate the festival circuit and meet the professionals who can help finance their projects. For
further information on the International Film Festival Rotterdam, Cinemart or the Rotterdam Lab, please visit the following
website: http://professionals.filmfestivalrotterdam.com/
RITS Erasmus University College Brussels is located in the heart of the city of Brussels, Belgium. The school
offers a variety of programs. There are several academic bachelor (3 years) and master degrees (1 year) in
performing and audiovisual arts. Fiction directing, radio, animation, writing, television directing, documentary
film making are the disciplines you can choose in the audiovisual department. Performing arts is divided in
acting and writing/directing. Cinematography, editing, sound, and audiovisual and stage production assistance are professional
bachelors (3 years) where the technical aspects are highlighted. Students have access to professional equipment set on an
international level. RITS is also associated with UAB (University Association Brussels), which provides opportunities for research
and doctoral studies. Many RITS student films have been selected for international film festivals. Peter Ghesquière’s short
‘Moonglow’, e.g., was nominated at the 2005 Cannes Film Festival in the short film competition. Several of them return to the
school to teach and to share their knowledge with the new generation.
theaterlicht
internationaal dans- en performancefestival,
1 t.e.m. 3 februari 2008, diverse locaties Kortrijk
Aan of uit. Theaterlicht is meer dan functioneel. Het is naast de dans, de dansers en het decor een belangrijk element bij elke voorstelling. Licht wordt een inherent onderdeel van het kunstwerk.
Tijdens VOLTAGE ervaar je hoe kunstenaars het licht als partner gaan gebruiken, om iets te interpreteren en zich uit te drukken. Het licht toont je wat je moet zien of net niet moet zien. Ver voorbij de sfeerschepping.
VOLTAGE is een festival voor iedereen die denkt ‘da’s niets voor mij’, het avontuur aangaat en (bijna) gegarandeerd huiswaarts keert met die ene kreet: wauw!
VOLTAGE bundelt niet alleen dansvoorstellingen en performances maar ook installaties, een poëtische kindervoorstelling, een masterclass lichttechniek en opdrachten voor beeldend kunstenaars en studenten. Je kan nog steeds je eigen gecreëerde lamp tentoonstellen en zelfs verkopen tijdens het festival. Surf naar de website van het Cultuurcentrum Kortrijk voor meer info.
Hieronder vind je het overzicht van het festivalprogramma. Meer informatie over de voorstellingen vind je op www.cultuurcentrumkortrijk.be en www.budakortrijk.be
TICKETS & INFO
Cultuurwinkel, Schouwburgplein 14, 8500 Kortrijk, T 056 23 98 55
open elke werkdag van 10:00 tot 12:00 & van 13:30 tot 18:00.
Volledig festivalprogramma op cultuurcentrumkortrijk.be & budakortrijk.be
VOLTAGE is een organisatie van kunstencentrum BUDA en Cultuurcentrum Kortrijk
M.m.v. Muziekcentrum De Kreun, La Rose des vents Villeneuve d’Ascq.
Met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, De Provincie West-Vlaanderen, De Vlaamse Gemeenschap, De Stad Kortrijk.
To unsubscribe, please reply with "UNSUBSCRIBE" as subject.
1 t.e.m. 3 februari 2008, diverse locaties Kortrijk
Aan of uit. Theaterlicht is meer dan functioneel. Het is naast de dans, de dansers en het decor een belangrijk element bij elke voorstelling. Licht wordt een inherent onderdeel van het kunstwerk.
Tijdens VOLTAGE ervaar je hoe kunstenaars het licht als partner gaan gebruiken, om iets te interpreteren en zich uit te drukken. Het licht toont je wat je moet zien of net niet moet zien. Ver voorbij de sfeerschepping.
VOLTAGE is een festival voor iedereen die denkt ‘da’s niets voor mij’, het avontuur aangaat en (bijna) gegarandeerd huiswaarts keert met die ene kreet: wauw!
VOLTAGE bundelt niet alleen dansvoorstellingen en performances maar ook installaties, een poëtische kindervoorstelling, een masterclass lichttechniek en opdrachten voor beeldend kunstenaars en studenten. Je kan nog steeds je eigen gecreëerde lamp tentoonstellen en zelfs verkopen tijdens het festival. Surf naar de website van het Cultuurcentrum Kortrijk voor meer info.
Hieronder vind je het overzicht van het festivalprogramma. Meer informatie over de voorstellingen vind je op www.cultuurcentrumkortrijk.be en www.budakortrijk.be
TICKETS & INFO
Cultuurwinkel, Schouwburgplein 14, 8500 Kortrijk, T 056 23 98 55
open elke werkdag van 10:00 tot 12:00 & van 13:30 tot 18:00.
Volledig festivalprogramma op cultuurcentrumkortrijk.be & budakortrijk.be
VOLTAGE is een organisatie van kunstencentrum BUDA en Cultuurcentrum Kortrijk
M.m.v. Muziekcentrum De Kreun, La Rose des vents Villeneuve d’Ascq.
Met de steun van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, De Provincie West-Vlaanderen, De Vlaamse Gemeenschap, De Stad Kortrijk.
To unsubscribe, please reply with "UNSUBSCRIBE" as subject.
maandag 17 december 2007
welkom aan de radiostudenten rits

Natuurlijk hoorden we al eerder van jullie bv op xlair
We kijken uit naar jullie xmediaalvoorstel en hopen hierop te kunnen inpluggen.
Voor zij die ook wat schermbekendheid willen kan ik vlogit aanraden.
De tv-afdeling heeft het inclusief green en blue-key.
Testen maar.
Ik nodig jullie ook uit om leuke x-weetjes, links pods ... te posten op deze blog.
Groetjes van inmediasres (mastertv) en visonair (3bach TV)
donderdag 13 december 2007
webware aan de horizon
Het komt er zo aan. Bepaalde applicatie werken reeds goed (bv slideshare, googledocs)
Een aantal andere links will ik nog uitproberen.
Ben geinteresseerd in jullie ervaringen
Meer info op: horizon
Time-to-Adoption: One Year or Less
[edit] Webware
Your web browser is now a portal to an array of free tools for tasks like writing, calculating, presenting, and telling stories with digital media. For productivity, webware suites like Zoho Office and Google Docs offer most everything that off-the-shelf packages provide, including word processing, spreadsheets, presentation tools, and more, without the need to buy or install any software. Documents and other content created with these tools are easily sharable—not only distribution of the finished work, but also for collaboration during creation. Rather than mailing around multiple copies of a static, local file, colleagues are working on a single copy that all can see and edit, and these files are available from any location where there is a web browser. Many web-based productivity applications can also import from and export to standard desktop file formats.
For creative expression, digital storytelling, and other purposes, there are webware applications that can handle photo and video manipulation (see http://www.splashup.com for photos and http://www.jumpcut.com for videos, to name just two examples); capture a sketch with audio narration (http://www.sketchcast.com); or create presentations and slideshows (http://www.slideshare.net; http://www.slide.com). A key feature of webware applications is that they can be small and easy to develop, making it possible to design custom applications for particular uses.
Een aantal andere links will ik nog uitproberen.
Ben geinteresseerd in jullie ervaringen
Meer info op: horizon
Time-to-Adoption: One Year or Less
[edit] Webware
Your web browser is now a portal to an array of free tools for tasks like writing, calculating, presenting, and telling stories with digital media. For productivity, webware suites like Zoho Office and Google Docs offer most everything that off-the-shelf packages provide, including word processing, spreadsheets, presentation tools, and more, without the need to buy or install any software. Documents and other content created with these tools are easily sharable—not only distribution of the finished work, but also for collaboration during creation. Rather than mailing around multiple copies of a static, local file, colleagues are working on a single copy that all can see and edit, and these files are available from any location where there is a web browser. Many web-based productivity applications can also import from and export to standard desktop file formats.
For creative expression, digital storytelling, and other purposes, there are webware applications that can handle photo and video manipulation (see http://www.splashup.com for photos and http://www.jumpcut.com for videos, to name just two examples); capture a sketch with audio narration (http://www.sketchcast.com); or create presentations and slideshows (http://www.slideshare.net; http://www.slide.com). A key feature of webware applications is that they can be small and easy to develop, making it possible to design custom applications for particular uses.
creativiteit en innovatie is big business


Definition of Innovation
This is one of the major problems with any innovation project. What is it? Grappling with such a nebulous idea and then attempting to describe it in a language that only your division or department understands can be fraught with problems. This is why we created the innovation equation - not a rigourous mathematical equation but one which our clients could use to hang their own ideas on. Here it is:
Learn to manage the Innovation Equation
It simply says that Innovation is a function of Creativity and Know-how which is multiplied by a constant alpha and raised to a power n where:
* Creativity is simply the methods and frameworks that we use to create new ideas and knowledge
* Know-how is the things that we already know e.g. company history, libraries, employees skills
* Alpha is composed of two components, a desire or need to innovate and resistance. This can make the results negative!
* The power n is a representation of the maturity level of the frameworks that have been put in place to exploit innovation.
Innovation Measurement
Breaking down Innovation into components such as those defined above has one big advantage. All of these things are measurable so your organisation can see the benefits of any innovation project that it undertakes. Because the areas examined are related to 'soft skills' the same techniques can be used to measure the effects of cultural change programmes. Although the results are not directly comparable between organisations, the trends shown in the graphical outputs are thus it is possible to spot both problem areas and areas of excellence. Find out how you can measure innovation potential and kick start your own programme using the Innovation Toolkit .
Managing Innovation
The measurements allow the creation of action plans without the need for spending large amounts of money, time and resources. Depending on the findings, actions may be generated in the following areas:
* Team working
* Micro management
* Desire to win
* Know how to win
* Environmental scanning
* External relationships
* Getting the best from people
* Strategic barriers
* Corporate culture
* Organisational culture
* Learning ability
* Structure and processes
* Leadership and Management
* Knowledge communities
* Knowledge infrastructure (not IT dependent)
* Company networks
creative businness
BAM = IAK + IBK

De steunpunten voor audiovisuele kunsten (IAK) en beeldende kunsten (IBK)
nodigen u op maandag 17 december uit voor de feestelijke lancering van
logo BAM
De steunpunten voor audiovisuele kunsten (IAK) en beeldende kunsten (IBK) gaan op in één groot steunpunt: BAM, Instituut voor Beeldende, Audiovisuele en Mediakunst. Op maandag 17 december stellen wij het actieplan voor van dit nieuwe instituut en vieren wij graag met u deze belangrijke impuls voor de sector van beeldende, audiovisuele en mediakunst!
programma
17u00 Ontvangst
17u30 • BAM: korte presentatie van enkele krachtlijnen en de nieuwe website
• AV Online en Digitaal Platform: lancering van de webplatformen en databanken voor audiovisuele en mediakunst
18u00 Keynote lezingen
• Pascal Gielen
De kunstinstitutie: over noodzaak en nieuwe invulling
Pascal Gielen is onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen en Fontys Hogeschool voor Kunsten Tilburg. Meer info
• Peter Buckingham
Publiek en digitale distributie van film: over nieuwe mogelijkheden en rollen voor vertoning, en nieuwe uitdagingen voor de filmindustrie
Peter Buckingham is Head of Distribution and Exhibitions, UK Film Council. Meer info
• Statement kunstenaar
Eerste in een reeks van korte statements die we verder in de loop van 2008 zullen verspreiden.
19u00 Receptie
inschrijving
Inschrijven gewenst via inschrijvingen@bamart.be of op 09 267 90 40
locatie
Concertzaal Miry
Koninklijk Conservatorium Gent
Hoogpoort 64
9000 Gent
Klik hier voor
— de wegbeschrijving met openbaar vervoer of met de wagen
— een stadsplan op Google maps
Gezien pitch moeilijk vor studenten TV. Toch iets om op te volgen en contacten te leggen.
Iets voor onze schrijvers ?
BAM
les geen les
Zoals geweten zijn er aantal lesmomenten gesneuveld.
Maar ondertussen zijn er heel wat mogelijkheden geweest om crossmediale ervaringen op te doen en echte xmediamakers te ontmoeten. Dit blijft doorgaan: Lotte, Sidi, José ...
Nu wordt het tijd om een project van jullie uit te werken.
Zend me jullie suggesties aub.
Bij gebrek aan (?) kunnen we meewerken met radioafdeling en XLair.
Bedoeling hier is een liveuitzending op locatie, te herwerken tot uitzending via webplatform en livestreaming (audio en beeld): onderwerp cultuurprijzen. Uitzending in week 4 februari.
Wie bij de liveuitreiking van de cultuurprijzen wil zijn (Singel 4 februari) geeft me best een seintje.
José Vandam

Via Stijn Coninx kwam er vraag van Rudolf Werthen of ik studenten kende die een ludieke hommage willen maken over de basbariton José Vandam.
Deze visuals maken deel uit van concert eind februari in Flagey
Basisverhaal: een jonge man wordt steeds opnieuw geconfronteerd met José Vandam (in de spiegel, bij het lezen van de krant, op een voetbalaffiche ...) tot hij Van Dam live ontmoet in concertzaal
Interesse ? IK heb antwoord beloofd op 17 december.
xmedia: film, concert , live ...
zondag 9 december 2007
Interview met Lotte van den Berg

Interview met Lotte van den Berg uit De Standaard 8-12-2007
'Mijn vader deed wat hij moest doen'
ANTWERPEN - INTERVIEW LOTTE VAN DEN BERG OVER RELIGIE De theatermaakster Lotte van den Berg was vijftien toen haar vader Jozef de podia achter zich liet en zich als een kluizenaar terugtrok in zijn geloof. Nu maakt ze met 'Winterverblijf' een voorstelling over religie.
Van onze redacteur
Bijna tot haar verbijstering stelt de Nederlandse Lotte van den Berg (32) vast dat ze deel uitmaakt van Het Toneelhuis. Dat is het meest betoelaagde theater van Vlaanderen.
'Ik heb lang getwijfeld', zei ze daarover op de seizoensaankondigende persconferentie. 'Het Toneelhuis. Een bedrijf, een theaterfabriek. Groot is corrupt. Geld is vies. Ik ben een kind van de revolte. Ik droom van een klein gezelschap in een oude boerderij in een weiland. Zo heb ik dat geleerd. Zo deed mijn vader dat.'
Haar vader deed het op het toneel, met poppen. Zelf komt Lotte voor het eerst sinds tijden met een voorstelling in een klassieke theaterzaal terecht. Haar werkplekken waren voordien erg uiteenlopend van aard: een gevangenis waar ze met gedetineerden werkte, een stille wijk op een ontiegelijk ochtenduur of een geluiddichte ruimte op een doorgangsplek in de stad.
En nu is er Winterverblijf, een voorstelling over religie, waarvoor de inspiratie komt uit de zeventien jaar dat ze zich probeert te verhouden tot de beslissing van haar vader. In 1990 liet Jozef van den Berg zijn professie, de bijval, zijn gezin, zijn have en goed achter zich. Zijn puberende dochter Lotte vond dat moeilijk te begrijpen. Hoe kon iemand zeggen dat hij van je houdt en tegelijk de beslissing nemen om weg te gaan?
Een paar jaar lang probeerde ze hem te veranderen. Lotte van den Berg: 'Ik praatte op hem in. Ik probeerde hem ervan te overtuigen dat hij terug moest komen. De dialoog met hem was moeilijk. Hij had een ervaring meer. Hij had een religieuze ontmoeting gehad die ik niet kende. Ik liep er dus achteraan.'
'In het begin kon ik niet geloven dat hij geloofde. Zo kom je in een patstelling. Die kon ik alleen doorbreken door mijn eigen zekerheden opzij te zetten en in zijn denkwereld mee te gaan. Ik kan me natuurlijk makkelijk legitimeren voor mijn stap naar hem toe: het behoud van een vader-dochterrelatie is eenvoudig uit te leggen.'
Jozef van den Berg (57) leeft in het Nederlandse Neerijnen, nabij Zaltbommel, in een zelfgetimmerde houten barak bij mensen in de tuin. Daar trok hij zich terug toen hij stopte met het theater.
Vanaf het begin van de jaren '80 deed Van den Berg Vlaanderen aan met zijn succesvolle solovoorstellingen. Tot 14 september 1989. Die avond zou hij in De Singel de openingsvoorstelling van het nieuwe seizoen spelen. Voor de aanvang maakte Van den Berg een nerveuze indruk. Na tien minuten legde hij de voorstelling stil. 'Ik stop ermee,' zei hij, 'en ik kom niet meer terug.' Hij hield woord.
'Jozef heeft zich bekeerd tot de Russisch-orthodoxe kerk', zegt zijn dochter. 'Hij zegt dat het de zuiverste liturgie is, omdat ze vanaf de eerste kerkvaders in één rechte lijn tot bij ons is overgeleverd. Al twaalf jaar komt hij het dorp niet uit, ook niet voor geboortes en overlijdens. Als een monnik zondert hij zich af. In zekere zin heeft hij kloostermuren rond zich opgetrokken. Hij is een gelukkig mens. “Alsof ik op het podium in het licht sta,, zegt hij. Hij spreekt nog veel in theatertermen.'
Voor Lotte van den Berg zijn alle religies ter wereld evenzoveel wegen om met het onbevattelijke om te gaan. Het zijn vormen om het zoeken te kanaliseren. 'Maar daar is mijn vader het niet mee eens. Voor hem is er maar één weg. Ondanks zijn zekerheid heeft hij ook zijn momenten van worsteling en vertwijfeling gehad. Hij stelt voortdurend in vraag hoe hij met zijn geloof moet omgaan. En of hij het wel goed doet. Wat er van hem wordt verwacht. Moet hij zich volledig terugtrekken om zich helemaal ten dienste te stellen van God? Of ontvangt hij beter mensen zodat hij zijn geloof kan uitdragen? En hoe moet hij zich dan verhouden tot zijn familie?'
Ondanks haar onbegrip toen haar vader de familie verliet, heeft de ervaring haar ook veel bijgebracht. Ze heeft de notie 'houden van' ruimer leren definiëren. Het is niet noodzakelijk dat mensen voortdurend samenzijn om van elkaar te houden. 'Later heb ik leren appreciëren dat mijn vader deed wat hij dacht te moeten doen.'
'Veel mensen durven dat niet. Ze durven de vraag niet te stellen wat ze echt willen. Dat is confronterend, want dan zou kunnen blijken dat ze een beetje automatisch in een situatie zijn gerold. En dat ze het daar best comfortabel hebben. Ik vind het fijn dat mijn vader wel blijft zoeken. Hij heeft niet de makkelijkste weg gekozen, maar wat ingewikkeld is, is niet noodzakelijk slecht. Niet alles in het leven is leuk en makkelijk. Vroeg of laat staan we allen voor situaties waar we geen raad mee weten. Wat moeilijk is en waarvoor je weerstand moet overwinnen, geeft nadien zoveel voldoening.'
Supermacht
Geloven wordt wel eens als een gemakkelijkheidsoplossing gezien. In die optiek is het de ogen sluiten voor kritische bedenkingen, zich overgeven aan de veilige armen van een supermacht. Het is geruststellend. 'Ik denk niet dat het zo makkelijk is', zegt Van den Berg. 'We hebben religie nodig om ons niet-begrijpen vorm te geven. Ik denk dat het mogelijk is dat de mens met het grotere in contact komt. Daar komt veel verwarring, toewijding en twijfel aan te pas. Er wordt te snel gezegd: als je gelooft, is het in orde. Nee, dan begint het pas. Dat is net zo bij een kunstenaar. Het is niet omdat je je tot de kunst bekent, dat je broodje gebakken is. Dan moet je het net beginnen waarmaken.'
Een religie belijden is werken. Het moment van de roeping kan hetzelfde soort roes als een verliefdheid teweegbrengen, maar wat als dat gevoel weggaat? Klamp je je eraan vast? Of probeer je het terug te krijgen?
'Ga je voor een permanente roes of accepteer je ook de minder goede momenten? In het laatste geval is een geloof een opdracht. Wat mensen daar voor doen en laten, is niet niks. Ik vraag me af of het routineus is. Je ontbijt toch ook elke morgen? Maar na drie maanden cornflakes moet je misschien eens overwegen op yoghurt over te schakelen. Zo kun je proberen alles opnieuw te bezielen en bewust te krijgen. Voor mij is alles wat je bewust doet een gebed.'
Voor de voorstelling Winterverblijf zijn de acteurs op zoek gegaan naar zo'n vorm van gebed. Doen alsof ze bidden, vond Van den Berg een vorm van heiligschennis. Dat doe je niet zomaar: faken dat je met God in gesprek bent. Voor de acteurs is bidden daarom steeds dezelfde vorm aftasten. Eentje oefent zich in sterven, haar partner probeert daar een houding tegenover te vinden, een ander is telkens opnieuw bezig met een lied.
Over oefenen en proberen schreef T.S. Eliot de versregel 'For us, there is only the trying, the rest is not our business.' Is de mens inderdaad veroordeeld tot proberen, terwijl de hogere machten wikken en beschikken?
'Eliot suggereert dat het spirituele ergens boven ons geregeld wordt, in een soort paradijs. Voor mij bevindt het spirituele zich ook tussen de mensen. Het zit in het zoeken. Eigenlijk is het leven één grote poging. Ik vraag me af of we de mislukking daar niet meer moeten in toelaten. We gaan te veel uit van de aanname dat alles moet lukken. In die optiek is Sisyphus een ongelukkig man. Maar misschien laat hij die steen wel steeds opzettelijk wegglippen, opdat hij hem opnieuw de rots op kan rollen? We richten ons op het topje van de berg. Terwijl de wandeling ernaartoe zoveel interessanter is.'
In de liturgie is vorm van groot belang. Het is een ritueel met vaste onderdelen, dat keer op keer wordt doorgemaakt. Kunst kan evenmin zonder vorm. 'Er zijn parallellen tussen kerken en theaters. Allebei verhevigen en vergroten ze de vorm. Tegelijk voel je je nergens zo klein en nietig als daar. Je wordt teruggeworpen op jezelf, maar dat sluit een groepsgevoel niet uit. Een vorm is belangrijk. Hij haakt de dingen los van het individuele. Hij maakt dat je iets kan delen, zodat het van veel mensen samen wordt. Het “eeuwige gebed, bijvoorbeeld, het Erbarme dich, daarbij leg je het individuele aan de kant. Het gaat over een vorm, over iets kwantitatiefs. De woorden van het gebed vallen samen met de hartslag en de zinnen lopen gelijk met de ademhaling.'
Wat betekent religie in het leven van Lotte van den Berg? 'Het is inspirerend om mee bezig te zijn. Ik draag het voorzichtig met me mee, zonder dat ik hoef te praktiseren. Ik ben bezig met de levensvragen. Waarom ben ik er? Wanneer ben ik er echt? Ik heb vaak het gevoel dat we met bezigheidstherapie bezig zijn. Je moet eten, dus doe je boodschappen. Je hebt geld nodig, dus je werkt. Ik probeer ook het betrekkelijke daarvan in te zien. Ik ben er dus mee bezig. Misschien veeleer op filosofisch niveau.'
Toneelhuis speelt 'Winterverblijf'. Van 13 tot 15/12 en van 18 tot
22/12 in de Bourla, Antwerpen
(03-224.88.44. Op 9/1 Warande (Turnhout), 18 en 19/1 Vooruit (Gent), 30/1 Schouwburg (Leuven), 13/2 KVS (Brussel).
www.toneelhuis.be
Geert Sels
donderdag 6 december 2007
Werner Cazaerck op Youtube
Op het net gevonden: een geweldige prent van ex-klasgenoot Werner Cazaerck. Toi, toi.
Cultuur op canvas
Interview met Lieven Vandenhaute uit de standaard van 6-12-07 over kunst en cultuur op canvas. Beperkt maar misschien informatief en terug te brengen naar de discussie of televisie kunst kan zijn (staat een klein stukje van in het interview)
Een moeilijke dochter met weinig decolleté
Lieven Vandenhaute. pdw
© Pol De Wilde
Canvas viert zijn tiende verjaardag. Heeft het 'verdiepende' net van de VRT zijn ambitie waargemaakt? De Standaard vraagt het aan vijf creatieve geesten die de voorbije jaren hun stempel op Canvas hebben gedrukt. Vandaag: Lieven Vandenhaute.
VAN ONZE REDACTEUR
In de pioniersjaren van Canvas werd resoluut komaf gemaakt met de artistieke avant-garde op het scherm. Toch was er nog heel wat ruimte voor cultuur, met een talkshow (Leuven centraal), een magazine (L!nk), een podiumreeks (Plankenkoorts) en kunstdocumentaires. Maar altijd weer werden de programma's in vraag gesteld, afgevoerd en al dan niet vervangen. De journalist en cultuurminnaar Lieven Vandenhaute kan erover meepraten. Ook zijn Republica was geen lang leven beschoren.
Is cultuur het lelijke eendje van Canvas?
'Ze is in elk geval de moeilijke dochter, die moeilijk van straat geraakt. Veel decolleté zit er niet aan. Maar moeilijke dochters met weinig decolleté kunnen mits het nodige zelfvertrouwen alsnog een goede beurt maken op de catwalk. En ik vermoed dat dit toch stilaan aan het gebeuren is. Bijvoorbeeld met het programma van Luc Janssen.'
Waarom is cultuur een moeilijke dochter geworden?
'Er is sowieso een spanning tussen kunst en massamedia. Ik ben ervan overtuigd dat kunst per definitie niet te definiëren, meerlagig en meerduidig is. Ik zeg niet dat kunst de facto ingewikkeld is, maar er is altijd een factor die je niet begrijpt. Het is juist omdat je niet goed kunt uitleggen waarom Gerard Reve je tot in je diepste vezels raakt, omdat je nooit helemaal kunt uitleggen wat hem tot die unieke figuur maakt, dat hij blijft intrigeren. Je bent er nooit klaar mee. En televisie leeft bij de gratie van directe, simpele communicatie.'
Moet Canvas dan nog pogingen ondernemen?
'Juist daarom. Omdat ik voel dat het toch kan. En omdat er buitenlandse voorbeelden zijn, zoals de BBC-reeks Simon Schama's power of art, die nu door Canvas wordt uitgezonden. Deze reeks doet recht aan Rothko en slaagt er tegelijk in om er mooie televisie van te maken. Maar je moet wel altijd beseffen dat je winkeldochter nooit miss België zal worden. En die fout heeft men bij Canvas lange tijd gemaakt. Er bestaat geen toverformule om met kunst de massa te bereiken.'
Een illusie die door Aimé Van Hecke in leven werd gehouden?
'Ik heb nooit met Aimé Van Hecke gepraat. Ik weet dus niet hoe hij daarover dacht. Maar ik weet wel dat ook bij de schrijvende pers de resultaten van die programma's heel vaak werden afgetoetst aan die veronderstelling, lees de kijkcijfers. Aimé Van Hecke stond dus niet alleen. Waarmee ik zeker niet wil pleiten voor hermetische programma's voor een handjevol professoren. Maar als je een echt boekenprogramma maakt dat de literaire actualiteit volgt, dan moet je niet verwachten dat je daarmee het grote publiek zal beroeren.'
'Republica haalde in de late uurtjes evenveel kijkers als de programma's die op hetzelfde uur werden uitgezonden op andere dagen. Maar die programma's stonden nooit ter discussie. Het was ook de tijd dat er volop sprake was van een digitaal cultuurkanaal. Voor programma's als Republica hadden we volgens de toenmalige VRT-top net dat derde kanaal nodig. Dat was toen het discours.'
'Regine Clauwaert heeft altijd geprobeerd de meubelen te redden. Zij heeft tot haar laatste snik gevochten om kunst en cultuur een plaats te geven op Canvas. Ook Republica is er dankzij haar gekomen. Het programma was wat het was: een eigenzinnige keuze uit de culturele agenda. Maar wij schuwden inderdaad Richard Powers niet. Als er een groot schrijver naar Vlaanderen komt, dan kan hij niet meer terecht op de Vlaamse televisie. En dat blijft voor mij een leemte.'
Hoort de culturele actualiteit niet thuis in de nieuwsprogramma's?
'Het weze gezegd, de nieuwsdienst covert dat nu op een fenomenale manier. Dat is wat men het “eerste spoor, noemt. En dat is volgens mij ook het beste spoor. Van zodra je de culturele vlag zwaait, verlies je driekwart van je kijkers. Maar als je in een algemeen programma een cultureel item sluist, lopen de kijkers blijkbaar niet weg. Dat is het mirakel van het eerste spoor. Maar een cultuurmagazine is noodzakelijk, zoniet blijven een heleboel culturele actualiteit buiten het interesseveld van de Vlaamse televisie.'
Wat mist u nog op Canvas?
'De Amerikanen hebben de jongste jaren enorm veel jong, cinefiel, spannend drama gemaakt. Six feet under bijvoorbeeld, of The West Wing. Die series heb ik op Canvas gemist.'
Een moeilijke dochter met weinig decolleté
Lieven Vandenhaute. pdw
© Pol De Wilde
Canvas viert zijn tiende verjaardag. Heeft het 'verdiepende' net van de VRT zijn ambitie waargemaakt? De Standaard vraagt het aan vijf creatieve geesten die de voorbije jaren hun stempel op Canvas hebben gedrukt. Vandaag: Lieven Vandenhaute.
VAN ONZE REDACTEUR
In de pioniersjaren van Canvas werd resoluut komaf gemaakt met de artistieke avant-garde op het scherm. Toch was er nog heel wat ruimte voor cultuur, met een talkshow (Leuven centraal), een magazine (L!nk), een podiumreeks (Plankenkoorts) en kunstdocumentaires. Maar altijd weer werden de programma's in vraag gesteld, afgevoerd en al dan niet vervangen. De journalist en cultuurminnaar Lieven Vandenhaute kan erover meepraten. Ook zijn Republica was geen lang leven beschoren.
Is cultuur het lelijke eendje van Canvas?
'Ze is in elk geval de moeilijke dochter, die moeilijk van straat geraakt. Veel decolleté zit er niet aan. Maar moeilijke dochters met weinig decolleté kunnen mits het nodige zelfvertrouwen alsnog een goede beurt maken op de catwalk. En ik vermoed dat dit toch stilaan aan het gebeuren is. Bijvoorbeeld met het programma van Luc Janssen.'
Waarom is cultuur een moeilijke dochter geworden?
'Er is sowieso een spanning tussen kunst en massamedia. Ik ben ervan overtuigd dat kunst per definitie niet te definiëren, meerlagig en meerduidig is. Ik zeg niet dat kunst de facto ingewikkeld is, maar er is altijd een factor die je niet begrijpt. Het is juist omdat je niet goed kunt uitleggen waarom Gerard Reve je tot in je diepste vezels raakt, omdat je nooit helemaal kunt uitleggen wat hem tot die unieke figuur maakt, dat hij blijft intrigeren. Je bent er nooit klaar mee. En televisie leeft bij de gratie van directe, simpele communicatie.'
Moet Canvas dan nog pogingen ondernemen?
'Juist daarom. Omdat ik voel dat het toch kan. En omdat er buitenlandse voorbeelden zijn, zoals de BBC-reeks Simon Schama's power of art, die nu door Canvas wordt uitgezonden. Deze reeks doet recht aan Rothko en slaagt er tegelijk in om er mooie televisie van te maken. Maar je moet wel altijd beseffen dat je winkeldochter nooit miss België zal worden. En die fout heeft men bij Canvas lange tijd gemaakt. Er bestaat geen toverformule om met kunst de massa te bereiken.'
Een illusie die door Aimé Van Hecke in leven werd gehouden?
'Ik heb nooit met Aimé Van Hecke gepraat. Ik weet dus niet hoe hij daarover dacht. Maar ik weet wel dat ook bij de schrijvende pers de resultaten van die programma's heel vaak werden afgetoetst aan die veronderstelling, lees de kijkcijfers. Aimé Van Hecke stond dus niet alleen. Waarmee ik zeker niet wil pleiten voor hermetische programma's voor een handjevol professoren. Maar als je een echt boekenprogramma maakt dat de literaire actualiteit volgt, dan moet je niet verwachten dat je daarmee het grote publiek zal beroeren.'
'Republica haalde in de late uurtjes evenveel kijkers als de programma's die op hetzelfde uur werden uitgezonden op andere dagen. Maar die programma's stonden nooit ter discussie. Het was ook de tijd dat er volop sprake was van een digitaal cultuurkanaal. Voor programma's als Republica hadden we volgens de toenmalige VRT-top net dat derde kanaal nodig. Dat was toen het discours.'
'Regine Clauwaert heeft altijd geprobeerd de meubelen te redden. Zij heeft tot haar laatste snik gevochten om kunst en cultuur een plaats te geven op Canvas. Ook Republica is er dankzij haar gekomen. Het programma was wat het was: een eigenzinnige keuze uit de culturele agenda. Maar wij schuwden inderdaad Richard Powers niet. Als er een groot schrijver naar Vlaanderen komt, dan kan hij niet meer terecht op de Vlaamse televisie. En dat blijft voor mij een leemte.'
Hoort de culturele actualiteit niet thuis in de nieuwsprogramma's?
'Het weze gezegd, de nieuwsdienst covert dat nu op een fenomenale manier. Dat is wat men het “eerste spoor, noemt. En dat is volgens mij ook het beste spoor. Van zodra je de culturele vlag zwaait, verlies je driekwart van je kijkers. Maar als je in een algemeen programma een cultureel item sluist, lopen de kijkers blijkbaar niet weg. Dat is het mirakel van het eerste spoor. Maar een cultuurmagazine is noodzakelijk, zoniet blijven een heleboel culturele actualiteit buiten het interesseveld van de Vlaamse televisie.'
Wat mist u nog op Canvas?
'De Amerikanen hebben de jongste jaren enorm veel jong, cinefiel, spannend drama gemaakt. Six feet under bijvoorbeeld, of The West Wing. Die series heb ik op Canvas gemist.'
Abonneren op:
Posts (Atom)

